Voor de eerste keer ontwaken we in de sfeervolle B&B kamer van La Vecchia Scuola waar we zeer comfortabel hebben geslapen op de nieuwe bedden die eerder dit jaar onderdeel waren van een re-styling project.
Gewekt door het lonken van een nieuw avontuur in de provincie Macerata van het beeldschone Le Marche. Achteraf gezien misschien wel het mooiste deel van deze veelzijdige regio.
Wat volgt is een gastvrij onthaal door onze gastheer-en vrouw Jurgen en Gonnie die niet alleen een uitgebreid drie gangenontbijt serveren aan de lange buitentafel met uitzicht op de tuin en het omringende landschap, maar met hun open benadering ervoor zorgen dat gaste, die voor kort nog allemaal vreemden van elkaar waren tussen het wisselen van gangen aanvoelen als één grote -Italiaanse- familie.

Op ons programma voor deze eerste dag staat het heuvelstadje Treia.
Op nog geen 25 minuten met de auto komen we aan in een dorpje waar de tijd de wijzers achteruit lijkt te slaan. Wat vooral opvalt is hoe stil het hier is. Ondanks dat de zon vrolijk schijnt en niet te heet op onze huid brandt, lijkt het alsof de bewoners op deze maandagochtend in een diepe lenteslaap zijn geraakt. Een enkele driewieler hobbelt ons op de geplaveide straten voorbij. De karakteristieke Ape (Italiaans voor bij), trekken mijn mondhoeken omhoog. Niet omdat ze zo glamorous zijn. Integendeel, de vaak aftandse wagentjes zijn gammel en zitten vol roestplekken en deuken. En toch vervoeren ze als geen ander de charme van het Italiaanse leven. De bestuurders kijken al net zo verrast op bij het zien van een levend wezen als wij wanneer onze blikken kruisen een voorzichtig “Buongiorno” ten gehore brengen.
Ik ben er na al die jaren nog niet achter wat het exact is, maar het Italiaans blijkt telkens weer de taal van vriendschap. Vertel een Italiaan in zijn taal in wat voor mooi dorpje hij woont “Che paese bellissimo” en je hebt er een vriend bij. Bijna altijd maken ze tijd voor een praatje en vertellen je vol enthousiasme wat je vooral niet moet overslaan wanneer je hun dorp voor het eerst bezoekt.
Op aanwijzen van de man in de Ape lopen we rechtdoor tot we uitkomen op het centrale plein van Treia, het Piazza della Repubblica. In Italië zijn pleinen het ware hart van de stad. Open en vrij nodigen ze de bewoners uit om samen te komen voor een praatje tijdens hun dagelijkse ommetje.
Het hoefijzervormige plein met een balkon dat een mooi uitzicht biedt, wordt omringd door het Palazzo dell’ Accademia Georgica, het Palazzo Comunale, met het Museo Civico, en door de kathedraal Santissima Annunziata. Helaas voor ons waren deze historische Palazzi allen onder constructie om de schade te herstellen van de aardbeving 9 jaar geleden. We bewonderen het standbeeld van paus Pius VI die toezicht houdt over het plein en lopen de kerk van San Filippo binnen.
“Il Parroco” (de pastoor) is overduidelijk verheugd om in dit slapende dorpje mensen tegen te komen en begint een praatje. Wanneer hij merkt dat ik een aardig woordje Italiaans spreek krijgen we een uitgebreide rondleiding door zijn kerk. Het is een hele uitdaging om beleefd duidelijk te maken dat de zon en Treia op ons wachten voor het vervolg van onze wandeling. Na door een stapel boeken vol teksten gebladerd te hebben die hij ons een voor een brengt vinden we uiteindelijk onze weg naar buiten.

We wandelen door de Porta Garibaldi en dwalen door een wirwar aan steegjes en trappetjes. We zijn opzoek naar de Torre Onglavina, de toren die we helemaal aan het einde van het stadje vinden en die deel uitmaakt van een vroeger fort.
Wanneer we terug het stadje inlopen, via de Porta Palestro, komen we op het Piazza Don Cervigni, met een helaas dichte San Michele en Santa Chiara. Het originele beeld van de Madonna van Loreto zullen we dus niet met eigen ogen kunnen bewonderen.
Al dwalend door Treia komen we prachtige parels uit een ver verleden tegen. De San Francesco, de Santa Maria del Suffragio, het wat vreemde bouwwerk La Rotonda, het Teatro Comunale en de Porta Vallesacco, een van de 7 oude stadspoorten maken deel uit van dit sfeervolle, maar nog altijd stiller dan stil dorpje. Een plekje voor een koel drankje of iets te eten komen we niet tegen.

We besluiten de auto op te zoeken om naar het dichtbijgelegen Santuario di Crocefisso te rijden. Ik heb gelezen dat je daar de resten van het Romeinse Treia tegenkomt. In het Santuario zou een kruisbeeld bewaard worden dat volgens de traditie is gemaakt door niemand minder dan een van Gods engelen. Sommige zeggen dat het het werk is van Donatello. Wie gelijk heeft, zullen we nooit weten, want eenmaal aangekomen blijkt ook hier het gebouw in de steigers te staan en niet toegankelijk voor publiek. We groeten een paar treiesi die in de schaduw op de rand van een muurtje zitten. De mannen, allen verschillend van leeftijd, zoeken elkaars gezelschap om even te ontsnappen aan de huiselijke verplichtingen om tegen lunchtijd, wanneer hun buik – als een natuurlijke alarmbel- begint te rammelen, terug te keren naar huis.

Ook wij keren terug naar ons thuis van huis. In stilte verwerk ik alle indrukken en lach hardop wanneer we beiden aan de pastoor denken die niet op zijn biecht-, maar praatstoel leek te zitten. Ik denk aan zijn woorden toen we voorzichtig steeds dichter richting de uitgang probeerden te raken. Hij wees naar zijn pols terwijl hij wijs zei:
“Voi turisti avete l’orologio, noi abbiamo il tempo.” “Jullie toeristen hebben een horloge, wij hebben de tijd.”

 

 

.